De Bracco Italiano als jachthond
De Bracco Italiano is een kortharige Italiaanse staande jachthond die zeer all round kan worden ingezet.
Hij kan uiteraard worden ingezet bij het echte staande jachthondenwerk vóór het schot maar ook bij het apporteerwerk na het schot is de Bracco Italiano goed bruikbaar. Dat bewijst het feit dat er in 2003 een Bracco Italiano op de Nimrod mee deed. De hond is echter ook zeer geschikt om sleepsporen uit te werken. Hier is in Nederland echter nog niet zo veel ervaring mee opgedaan.
Hieronder in het kort iets over deze mogelijkheden.
Ben tu in nog meer informatie over de Bracco als werkhond geinteresseerd, dan raden wij u aan daarna verder te lezen over de werkstandaard van de Bracco.
Veel leesplezier!
Veldwerk:
De Bracco Italiano loopt tegen de wind in vóór de jager uit door een veld en doorzoekt dit systematisch door een soort laverend patroon te volgen. Als er wild geroken wordt (verwaaiing) dan zal de hond op een rasspecifieke manier reageren. Hij zal vaart minderen en naar het wild toe trekken totdat hij uiteindelijk voorstaat. Dit staat allemaal heel mooi beschreven in de "Pastrone standaard". Als de hond eenmaal vast voorstaat dan kan de jager de hond opdragen het wild op te stoten om het vervolgens wel of niet te schieten.Er worden in Nederland ook veldwedstrijden georganiseerd waaraan Bracchi mee mogen doen.
Hoe dit allemaal precies in zijn werk gaat is beschreven in het Algemeen Veldwedstrijd Reglement van het ORWEJA (ORganisatie WEdstrijdwezen JAchthonden). De Bracco Italiano valt onder Rubriek I.C - Continentale staande jachthonden - van Artikel IV.2 in het supplement voor staande honden. De wedstrijden die met deze honden gelopen worden worden Continentaal II genoemd. Er kunnen punten gehaald worden die uiteindelijk een CACIT titel oplevert.
In Italie is dit een zeer gewaardeerde sport waar de Bracco Italiano speciaal op gefokt is. De wedstrijden trekken zeer veel publiek en er doen veel deelnemers mee.
KNJV-proeven:
In Nederland worden de KNJV-proeven steeds populairder. Het is heel goed mogelijk met de Bracco Italiano KNJV-proeven te halen. De volgende 10 proeven zijn gestandaardiseerd in het “Reglement Jachthondenproeven” van ORWEJA.
A. Aangelijnd en los volgen.
B. Uitsturen en komen op bevel.
C. Houden van de aangewezen plaats.
D. Apport te land (konijn).
E. Apport uit diep water (eend).
F. Verloren apport te land.
G. Markeerapport te land.
H. Apport over diep water.
I. Dirigeerproef te land.
J. Apport van verre loper over breed water.
De volgende diploma’s kunnen daarbij gehaald worden op door de KNJV georganiseerde examens.
C-diploma indien voldoende voor de proeven A t/m E
B-diploma indien voldoende voor de proeven A t/m H
A-diploma indien voldoende voor de proeven A t/m J
Als dit allemaal goed gegaan is dan kunnen er Meervoudige Apporteer Proeven (MAP’s) gehaald worden. Dit zijn niet gestandaardiseerde proeven in twee niveaus. Het B-niveau en het A-niveau. Als jullie Bracco dit haalt dan is dat het bewijs dat jullie een hond van absolute topklasse hebben. Maar dit betekent ook dat de Baasjes goed met hun hond werken!
Als je nou in één seizoen zowel een A-diploma als een MAP-A gehaald hebt dan wordt je zo goed gevonden dat je uitgenodigd wordt voor de ultieme wedstrijd, de Nimrod-proef. De uiteindelijke winnaar van deze proef krijgt een wisseltrofee, de Nimrod Beker.
Op de foto zien jullie de eerste Bracco die met de Nimrod meedeed - Valentino di Ala d'Oro met Oscar Elbring. Wie is de volgende???
De Werkstandaard
De Werkstandaard
(The Pastrone Standard, 1937)
Zijn normale gang is een lange en levendige draf, maar een korte galop is toegestaan wanneer hij terugkomt op grond die al is uitgewerkt, in het begin van de jachtpartij of op momenten van grote opwinding. Niettemin, het is regel dat er bij contact met verwaaiing gedraafd wordt. Het is een levendige gang met een goed rendement. Hij wordt bijna altijd in een rechte lijn van ongeveer 100 m of meer uitgevoerd, met ruime passen en in relatie tot zijn goede reukvermogen. Wat deze ‘gran fermatore’ (grootse staande jachthond) altijd weer bevestigt wanneer hij niet tegen zijn natuur in loopt.
Het is duidelijk dat het uitwerken van verwaaiing van het allergrootste belang is bij de Bracco Italiano (evenals bij alle andere dravers) en tevens zijn oplossing is voor het volgen van de verschillende sporen die de grote galopperende honden bijna alleen instinctmatig afwerken. Dit vereist een bliksemsnel mentaal proces dat ook gemakkelijk op zijn prachtige kop kan worden afgelezen.
De jacht is bijzonder ijverig met een blije, bijna continue heen en weer gaande beweging van zijn staart, die dan recht omhoog gedragen wordt. De hals is iets naar voren uitgestrekt om zijn hoofd hoog te houden met een horizontale neushouding. Bij verwaaiing vertraagt de hond zijn draf geleidelijk en draait uiterst voorzichtig naar de veronderstelde oorsprong, met zijn hoofd steeds hoog zoals hierboven beschreven zal de hond optrekken met langzame pas (di passo), waarbij niets anders opvalt dan zijn attent opgezette oren en zijn stilgehouden staart die nu iets is gezakt. Als de hond merkt dat hij op een valse verwaaiing loopt dan zal hij zonder aarzeling verder gaan met jacht waar hij mee bezig was. Als de hond echter merkt dat de verwaaiing hem dichter bij het wild brengt dan vertraagt hij zijn pas nog verder totdat hij met de laatste passen eerst de grond voorzichtig lijkt te voelen voordat hij zijn poot neerzet omdat hij bang is geluid te maken. En wanneer de hond bewegingsloos is dan zal zijn staart stil gehouden worden en iets omhoog gaan.
Deze statische houding vereist dat de hond horizontaal staat; ofwel iets gezakt ofwel iets verhoogd. De gehele houding van de hond is nobel, indrukwekkend, rustig-alert, rechtop en iets voorover hangend. De neklijn iets oplopend en het hoofd hoog met de neus vastberaden naar de grond gericht (ongeveer 30° met horizontaal). Als hij tijdens het zoeken wild verwaait, dan vertraagt hij onmiddellijk zijn gang en dan neemt hij direct de statische houding in van het voorstaan. Alleen nu wordt de neklijn iets meer benadrukt en staat de staart iets lager; daarna gaat zijn houding geleidelijk over in dat van de vorige paragraaf, terwijl hij optrekt in de richting van het wild. Soms wordt zijn beweging voorafgegaan door een ongewenste korte stop. Later, als hij in de gaten heeft dat hij plotseling op wild gestoten is (en alleen in dat geval), dan stopt hij onmiddellijk, blijft meestal overeind, maar soms iets door de poten gezakt met de kop naar het wild op de grond gedraaid (en gebogen). In uitzonderlijke gevallen zal de hond zich drukken in een verdraaide houding.
Als het wild probeert weg te komen omdat het wordt beslopen, dan zal de Bracco het boven de wind houden door te domineren met gezag terwijl hij langzaam aantrekt; dit doet hij terwijl hij met de uiterste zorgvuldigheid droge takjes of luidruchtige bladeren vermijdt, steeds in dezelfde “bewegingsloze” spanning. Dus de hond blijft voorzichtig maar beslist naar het wild optrekken, zonder aarzeling en niet plotseling stilstaand zonder een voorafgaande langzame vertraging.
Het is duidelijk dat, door te domineren met gezag en door een bepaalde contactafstand te onderhouden, de voortgang door het wild wordt bepaald. Als het wild zich op een voor hem voordelig biotoop bevindt en probeert te ontsnappen dat laat de hond zien dat hij ondanks de hem zo karakteristieke voorzichtigheid toch een vasthoudende jager is. In dit geval kan het voorkomen dat de hond zich in de omstandigheid bevindt waar een plotselinge stop noodzakelijk is; b.v. als hij onverwachts tegenover de vluchteling zelf komt te staan die zich tegen hem keert of een tegenover een onoverkomelijk obstakel.
Een van de karakteristieken van de Bracco Italiano ( evenals de andere continentale jachthonden) is dat hij volledig samenwerkt met zijn voorjager, die de hond nooit mag verlaten. De kalme en bedachtzame natuur van de Bracco is ideaal om dit soort werk onder verschillende omstandigheden aan te leren zodat hij het hierboven beschrevene onder de beste omstandigheden van wild en biotoop kan uitvoeren maar ook in beperktere en slechtere omstandigheden goed uit de verf komt.